Auteur: Sandra Benschop

Vieren

Terwijl de aannemer mij uitlegt dat in mijn nieuwe huis echt alles kaal moet zijn voordat hij aan het werk kan, verschijnt er een regenboog aan de hemel, zo helder, dat ik mijn adem inhoud. Een dubbele regenboog zelfs. En dat terwijl ik net de gedachte toelaat dat er ook in leegte (of het nu om mijn appartement gaat of om mijn innerlijk) gradaties zijn. Nog leger? De gedachte vult mij met angst en hoop.

Drie dagen daarvoor fietste ik mee met de oudste op zijn eerste middelbare schooldag. Meefietsen in de zin van achter hem aan fietsen. Nog wel het steuntje in de rug, maar met een groot gevoel van ‘zelf doen’. Mijn hart zwol met iedere omwenteling van mijn fietswiel. Zo blij! Zo trots! Kijk hem daar gaan, met zijn etui met een vulpen erin en de tekst ‘follow your dreams’ erop. In dat geploeter voor me onder die zware rugtas fietst het leven voor me uit. ‘Why walk, when you can run’, zingt Paul Weller, als hij de levenslust van zijn zoon bejubelt.

Ik vier het leven anders dan mijn 12-jarige zoon. En anders dan toen ik zelf 12 was. Blije gebeurtenissen raken mij dieper en echoën langer na, kleven aan eerdere gebeurtenissen en raken vermengd met de realiteit van het leven. Ik gloei, waar ik vroeger een steekvlam gewaar werd.

Hoort de steekvlam bij een bepaalde levensfase? Bij een bepaalde karakterstructuur? Of is het een reflectie van een overprikkelde maatschappij? Is de uiting ervan gepast in de structuur waarin je zit, zijn er rituelen voor, een etiquette? Want ook de rauwe emotie van woede, angst, walging en verdriet komen als steekvlammen in ons op. En dan?

Is dat waarom ik zo blijf hangen aan de idee van leegte? Zou het zo kunnen zijn, dat waar je je leeg kunt maken, door meditatie, door inkeer, door ontspanning, door verwerking van pijn, door relativering, door zelfcompassie, dat je dan je steekvlammen kunt dragen? Dat het ontstekingsmechanisme minder strak staat afgesteld en de prikkels van buiten je niet zo van het pad af werpen, je lontje weer wat langer wordt? Dat het net iets gelijkmatiger gaat branden, meer een continu gloeien?

Gelukkig is groeien behalve een lineair proces, dat we meten in de tijd, waar je van de ene mijlpaal naar de andere mijlpaal gaat, tevens een circulair proces. Hoe ouder ik word hoe meer ik de onderliggende beleving bij de mijlpalen ga herkennen en hoe meer ik me dan realiseer dat ik daar al eens eerder doorheen ben gegaan. Dat geeft hechting en vertrouwen en is een probaat tegenwicht tegen levensangst, de bedrukte tweelingzus van de extraverte levenslust. Ze zijn in mij meer in harmonie inmiddels, kunnen het beter met elkaar uithouden, hoeven niet meer zo hoog en diep te pieken om mij van hun beider bestaan en belang te verzekeren. 

Het piekt niet meer zo vaak, maar het gloeit, wervelt, tuimelt en danst in mij.

Ja, trek alles maar van de muur, maak het kaal, laat het leeg zijn, zodat de volheid van het leven gevierd kan worden.

Leven

Paul Verhaeghe zegt het heel treffend in zijn nieuwe boek ‘Intimiteit’: toegang hebben tot je eigen gevoelswereld helpt om zowel lichamelijk als geestelijk gezond te zijn. Als doctor in de klinische psychologie kijkt hij met bezorgdheid naar de mens in de huidige wereld. Nog nooit zijn er zoveel pijnstillers voorgeschreven.

Ook Franz Ruppert kijkt naar de mens in de huidige wereld. Een recent seminar droeg de onheilspellende titel ‘Wie ben ik in een getraumatiseerde samenleving?’ En het antwoord is bijna flauw, maar heeft grote implicaties. Wij zijn getraumatiseerd. In deze samenleving. We zijn tegelijkertijd slachtoffer en dader. We overleven in deze dynamiek. En weten niet beter. Vervreemd van eigen verlangens, afgesneden van ons eigen gevoel. Een mokerslag. Daar kan geen pijnstiller tegenop.

Beide heren kijken naar de mens en naar het systeem. Naar een binnen en een buiten. Het systeem, dat wat wij als ons buiten ervaren is losgezongen geraakt van sturende en zingevende verhalen, zo wordt wel gezegd. Religie, politiek, ze geven niet langer houvast en richting. Het idee is dat we daar als individu nu zelf verantwoordelijk voor zijn. Onze eigen richting, ons eigen houvast. Authentiek. Dat is op zich nog best uit te leggen als een stap voorwaarts. Het individu krijgt wat kleur in het collectief. Wat we ons echter niet beseffen, is dat er wel degelijk een nieuw systeem voor in de plaats is gekomen, dat alle individuele vrijheid rigoureus ondermijnt en aan banden legt.

Het consumentisme, het markt-denken, dat ons met een voortdurend visueel spervuur bestookt met beelden van hoe we zouden moeten zijn: mooi, fit, slim, succesvol, genietend, gelukkig, meer en meer willend, onszelf ontplooiend tot mooier, fitter, slimmer en bovenal meer succesvol. Meest succesvol, wanhopig balancerend met alle ballen in de lucht, uitgeput en leeg.

Dat is geen leven. Dat is overleven. En het bizarre is dat we worden aangemoedigd authentiek te zijn, dus liggen we massaal, maar heel authentiek op de yogamat. Ook de verinnerlijking is vermarkt en is een moeten geworden. Hoe vindt de opgejaagde, opgebrande, depressieve mens (nooit genoeg, nooit genoeg!) rust? Hoe opnieuw te kiezen voor leven? Een wilsbesluit, de zintuigen gericht op het goede, het ware en het schone, ‘ja’ zeggen tegen het mysterie, het kwetsbare, het imperfecte. ‘Ja’ zeggen tegen jezelf, je gehele zelf. ‘Ja’ tegen het leven durven zeggen.

Wensen

Hoe vaak zeg ik het niet, als mij gevraagd wordt wat de kern van mijn werk is: de ander een spiegel voorhouden. Het omgekeerde is ook vaak waar. Dat de client mij een spiegel voorhoudt. En wat zie ik dan? Mijn eigen wensen. Tot groei, tot verandering, tot vernieuwing. Dat kan aan de buitenkant. Andere haarkleur, een hobby, soms is zelfs een nieuwe baan een verandering aan de buitenkant. Veranderen van binnen kan ook. Vaak gaat het dan om een andere verhouding tot de dingen, een wijziging in perspectief, een opleving in vitaliteit, een doel voor ogen krijgen. Terug krijgen wat er ooit was? Eindelijk krijgen wat er nooit was?

Lees verder

Verstillen

‘In het midden van het feest is de leegte.’ Poëzie ligt op straat. Of in dit geval, toont zich op een Rotterdamse vuilniswagen. Die zin komt binnen en in het onthouden, ben ik de bedenker ervan vergeten. De zin is niet van mij, alle lof aan de eigenaar. Voor mij raken de woorden aan iets universeels en daarom neem ik de vrijheid ze te gebruiken en mijn eigen woorden er aan toe te voegen.

Lees verder

Verbeelden

Dit weekend zag ik een film die geen speciale indruk achterliet, behalve die ene. Een jongen van een jaar of 17 wordt voor het eerst gekust. Hij is duidelijk zwaar onder de indruk van die ervaring. Wat volgt is dolkomisch. Hij beschrijft het meisje op biologisch niveau wat zij met hem doet. Weinig romantisch, maar getuigend van een diep inzicht in fysieke processen. Vervolgens rent hij met haar naar haar moeder en vraagt om haar hand. De afwijzing en de hoon die volgt laten de jongen verward achter. Vol woede richt hij zich op zijn vader (‘Captain Fantastic’) die hem een weinig gebruikelijke opvoeding heeft gegeven, volledig geïsoleerd in de bossen. “Ik weet niets, ik heb alleen maar boekenkennis, hoe moet ik nou leven?’

Lees verder

Zinderen

Een jaar lang heeft ze in de kapel gewerkt. Haar ezel onder de glas-in-lood-ramen van de eeuwenoude ruimte. Zoveel historie, de ruimte zindert. De gemeente waar ze woont en werkt heeft de kapel ter beschikking gesteld aan een aantal kunstenaars om in te werken. Onder één voorwaarde: de deur blijft open, zodat het publiek in contact kan komen met de kunstenaar en het creatieproces in levende lijve mag aanschouwen. Na een jaar was het klaar, het aanbod voor de verlenging afgeslagen.

Lees verder

Oogsten

‘In de healing tao gaan we uit van vijf seizoenen’, zegt de lerares. Een ‘extra’ seizoen tussen zomer en herfst, de nazomer. Vanuit mijn praktijkruimte kijk ik uit op een eikenboom en ik begrijp precies wat ze bedoelt. De bladeren zitten er nog aan, maar de kleur verandert, zeker in het overdadige ochtendzonlicht kleuren ze goud. Het bruin van de herfst is in aantocht, maar nog niet. Nog niet.

Lees verder

Afronden

‘Ik sta met één teen in het nieuwe, maar met mijn volle gewicht nog in het oude, zo voelt het.’ De woorden van mijn cliënt zijn heel beeldend en raken voor haar de kern van het ‘tussen twee banen zijn’. Ze stapt bij haar werkgever over van de ene naar de andere functie. Ze had mij al geschetst hoe zij dat graag wilde aanpakken: Een datum waarop het één stopt en het ander begint, een to-do-lijst waar vinkjes perfect aangeven hoe dichtbij die datum komt, een opvolger die in de laatste week voor die datum door haar ingewerkt kon worden. ‘Natuurlijk realiseer ik me dat ze dingen op haar eigen manier gaat doen’, voorspelt zij wijselijk.

Lees verder

Liefhebben

Valentijnsdag 2016. Vijf stellen zitten verwachtingsvol bij elkaar. In het kader van een ‘marriage course’ gaan zij deze zesde bijeenkomst over hun seksuele relatie spreken. De sfeer is duidelijk op een andere manier geladen dan tijdens de eerdere keren. De gemiddelde leeftijd is halverwege de veertig, het opleidingsniveau ver bovengemiddeld, geen handwerkcursus bij Christine le Duc voor deze doelgroep. In ieder geval deze avond niet.

Lees verder

Richten

Eigenlijk hoefde ik het ‘Insights Discovery’ profiel van mijn cliënt niet eens open te slaan. Dat ze, in de termen van de psychologie van Jung, eerder een denk-type was dan een voel-type had ik in onze gesprekken al gemerkt. En dat ze zeker niet extravert zou zijn, was voor mij ook geen verrassing. Dat het dat voor haar wel was, daar stond ik dan weer wel van te kijken.

Lees verder

  • 1
  • 2
  • 4

Kom in contact.