Auteur: Sandra Benschop

Ontsnappen

‘Druk, druk, druk en toch je koelkast gevuld.’ Deze woorden flitsten voorbij terwijl ik juist op de fiets aan het mijmeren was over het onderwerp ‘druk’. Op een bestelbusje van een grote kruidenier die op zijn drukke kleintjes blijft letten. Want druk zijn we met zijn allen. En druk doen onze kinderen. En druk ervaren we in de dingen die we doen. En als ons gevraagd wordt hoe het gaat, dan wordt dat woord ‘druk’ vaak ook nog vergezeld van ‘lekker’. 

Ik word daar persoonlijk niet lekker van. En velen met mij niet, gezien het aantal mensen (steeds jonger!) dat zich opgebrand, uitgeblust en overspannen voelt. Hoe daaraan te ontsnappen?

Door te ont-snappen. Niet langer willen kunnen snappen, ophouden met snappen. Het hoofd van het voetstuk af. Maar in onze wereld van mooie plaatjes zit het hoofd stevig in het zadel en heeft als sidekicks het natuurwetenschappelijk paradigma, het kapitalisme en het neoliberalisme aangetrokken. Het gevolg is dat we ons collectief aan het opjagen zijn in een competitieve wedloop van meer en meer en beter en beter en groter en groter. Dat ik vanuit mijn rol als coach relatief meer mensen zie die hier aan lijden lijkt logisch, maar ook in mijn directe omgeving zie ik veel druk. Gevangen in banen, contracten, verwachtingen en verplichtingen en angstig voor wat er gebeurt als het allemaal weg valt, stil valt als je het allemaal niet aan zou kunnen. Dus door op het pad dat we met elkaar banen, ons nauwelijks bezinnend op alternatieven.

Waartoe creëren we toch al die druk? Wat brengt het ons, maar belangrijker inmiddels: Wat kost het ons? Roofbouw plegen we. Op ons eigen lichaam, op elkaar en op moeder Aarde. Het kost wat, de levensstijl van de huidige mens. 

Ontsnappen gaat voor mij over een herijking van onze waarden, over een perspectief dat qua duur en scope voorbij gaat aan ons individuele leven en niet lineair maar circulair is, over goed rentmeesterschap. Het is een zware taak om zelf je kaders en wortels te definiëren, maar in deze individualistische tijd lijkt dat onze opgave. Zonder collectief geloofssysteem en niet langer honkvast is het harder werken een gevoel van ‘veilig thuis’ te ervaren. Een plek om te ontspannen, op te laden en om je gezien te weten om wie je bent, niet om wat je doet. Om gemeenschap te beleven en zin. Niet het calculerende hoofd aan het roer, maar de verbeelding, het hart. 

Ontsnappen aan de ratrace door te snappen wat omarmd en wat overboord moet. Is voldoende niet gewoon genoeg? Is daar niet meer voldoening uit te halen? Ontsnappen door weer vragen te gaan stellen in plaats van te denken dat we de antwoorden inmiddels wel hebben. Ontsnappen door naar onze kinderen te kijken en luisteren. Misschien weer eens een oud, vergeten boek af te stoffen en open te slaan. Ontsnappen door in gesprek te gaan met elkaar en echt te luisteren. Hoe ontsnap jij?

zwemmen

Het zwembad waar ik mijn banen trek, helpt haar gebruikers op weg. Uiterst rechts de snelle baan. En inderdaad uiterst links de langzame baan. De vier banen daartussen in, het centrum midden zullen we maar zeggen, vraagt om een subtiele zelfinschatting. Dat ik dit ooit zou schrijven, had ik niet gedacht, daarom is het heel belangrijk dat de volgende uitspraak in de context van dit verhaal blijft: ik bevind mij rechts van het midden. Net aan, maar toch.

Die inschatting klopt niet altijd, want hangt altijd af van hoe de rest zichzelf inschat. Op een conservatieve dag krijg ik het gevoel lekker bezig te zijn, want ik zwem sneller dan de rest. Maar op een dag met wat meer opgeblazen ego’s (of spieren) daalt mijn zelfvertrouwen een paar punten., want ik zwem me het schompes om een beetje bij te blijven.

Maar gisteren zat ik precies goed. Ik zwom lekker, zonnetje op het water en de cadans kwam vanzelf. Dat resulteert bij mij direct in een steeds leger wordend hoofd. Heerlijk. Dat vulde zich prompt met heldere gedachten over het gedrag van mijzelf en de liefhebbers om mij heen.

Iedereen die wel eens een baantje trekt, herkent direct de drammer. Al borst crawlend zwemt hij (kan ook een zij zijn) zo ongeveer over je heen. Of de dromer, die eerder zigzaggend, zich volstrekt onbewust van het geploeter om haar (kan ook een hem zijn) heen, haar weg vindt. De kletser, ook wel kanthanger genoemd, het meer sociale type. De aanpasser, of de zich steeds verontschuldigende, ‘sorry dat ik ruimte inneem’! De betweter. De kwaaie pier, met venijnige blik over het water spiedend, om zich aan misstanden (foute inschatting van baan!) te kunnen ergeren.

En terwijl ik daar zo zwom, was het volgende inzicht, dat het allerfijnste zwemmen toch is als je je op je eigen tempo kunt richten en daar verantwoordelijkheid voor neemt. Baantje opschuiven, korter baantje maken, inwendige glimlach. Ik bedacht me ook, dat het helemaal niet klopt om mijn mede-liefhebbers zo in hokjes te duwen. Ik heb er een handje van me aan te passen, maar heb geregeld kwaaie pier momenten en af en toe aan de kant hangen om even in te checken bij mijn vriendin in de andere baan, doe ik ook. Ons gedrag hangt van zoveel factoren af, en de meesten van ons hebben er een breed repertoire van, zijn kleurrijke types. En zijn van goede wil.

Ik geloof dat ik nog wat dingetjes dacht, maar het werd allengs abstracter, filosofischer, en toen loste het denken op en werd het stil en zwom ik mijn laatste banen van die dag.

Vieren

Terwijl de aannemer mij uitlegt dat in mijn nieuwe huis echt alles kaal moet zijn voordat hij aan het werk kan, verschijnt er een regenboog aan de hemel, zo helder, dat ik mijn adem inhoud. Een dubbele regenboog zelfs. En dat terwijl ik net de gedachte toelaat dat er ook in leegte (of het nu om mijn appartement gaat of om mijn innerlijk) gradaties zijn. Nog leger? De gedachte vult mij met angst en hoop.

Drie dagen daarvoor fietste ik mee met de oudste op zijn eerste middelbare schooldag. Meefietsen in de zin van achter hem aan fietsen. Nog wel het steuntje in de rug, maar met een groot gevoel van ‘zelf doen’. Mijn hart zwol met iedere omwenteling van mijn fietswiel. Zo blij! Zo trots! Kijk hem daar gaan, met zijn etui met een vulpen erin en de tekst ‘follow your dreams’ erop. In dat geploeter voor me onder die zware rugtas fietst het leven voor me uit. ‘Why walk, when you can run’, zingt Paul Weller, als hij de levenslust van zijn zoon bejubelt.

Ik vier het leven anders dan mijn 12-jarige zoon. En anders dan toen ik zelf 12 was. Blije gebeurtenissen raken mij dieper en echoën langer na, kleven aan eerdere gebeurtenissen en raken vermengd met de realiteit van het leven. Ik gloei, waar ik vroeger een steekvlam gewaar werd.

Hoort de steekvlam bij een bepaalde levensfase? Bij een bepaalde karakterstructuur? Of is het een reflectie van een overprikkelde maatschappij? Is de uiting ervan gepast in de structuur waarin je zit, zijn er rituelen voor, een etiquette? Want ook de rauwe emotie van woede, angst, walging en verdriet komen als steekvlammen in ons op. En dan?

Is dat waarom ik zo blijf hangen aan de idee van leegte? Zou het zo kunnen zijn, dat waar je je leeg kunt maken, door meditatie, door inkeer, door ontspanning, door verwerking van pijn, door relativering, door zelfcompassie, dat je dan je steekvlammen kunt dragen? Dat het ontstekingsmechanisme minder strak staat afgesteld en de prikkels van buiten je niet zo van het pad af werpen, je lontje weer wat langer wordt? Dat het net iets gelijkmatiger gaat branden, meer een continu gloeien?

Gelukkig is groeien behalve een lineair proces, dat we meten in de tijd, waar je van de ene mijlpaal naar de andere mijlpaal gaat, tevens een circulair proces. Hoe ouder ik word hoe meer ik de onderliggende beleving bij de mijlpalen ga herkennen en hoe meer ik me dan realiseer dat ik daar al eens eerder doorheen ben gegaan. Dat geeft hechting en vertrouwen en is een probaat tegenwicht tegen levensangst, de bedrukte tweelingzus van de extraverte levenslust. Ze zijn in mij meer in harmonie inmiddels, kunnen het beter met elkaar uithouden, hoeven niet meer zo hoog en diep te pieken om mij van hun beider bestaan en belang te verzekeren. 

Het piekt niet meer zo vaak, maar het gloeit, wervelt, tuimelt en danst in mij.

Ja, trek alles maar van de muur, maak het kaal, laat het leeg zijn, zodat de volheid van het leven gevierd kan worden.

Leven

Paul Verhaeghe zegt het heel treffend in zijn nieuwe boek ‘Intimiteit’: toegang hebben tot je eigen gevoelswereld helpt om zowel lichamelijk als geestelijk gezond te zijn. Als doctor in de klinische psychologie kijkt hij met bezorgdheid naar de mens in de huidige wereld. Nog nooit zijn er zoveel pijnstillers voorgeschreven.

Ook Franz Ruppert kijkt naar de mens in de huidige wereld. Een recent seminar droeg de onheilspellende titel ‘Wie ben ik in een getraumatiseerde samenleving?’ En het antwoord is bijna flauw, maar heeft grote implicaties. Wij zijn getraumatiseerd. In deze samenleving. We zijn tegelijkertijd slachtoffer en dader. We overleven in deze dynamiek. En weten niet beter. Vervreemd van eigen verlangens, afgesneden van ons eigen gevoel. Een mokerslag. Daar kan geen pijnstiller tegenop.

Beide heren kijken naar de mens en naar het systeem. Naar een binnen en een buiten. Het systeem, dat wat wij als ons buiten ervaren is losgezongen geraakt van sturende en zingevende verhalen, zo wordt wel gezegd. Religie, politiek, ze geven niet langer houvast en richting. Het idee is dat we daar als individu nu zelf verantwoordelijk voor zijn. Onze eigen richting, ons eigen houvast. Authentiek. Dat is op zich nog best uit te leggen als een stap voorwaarts. Het individu krijgt wat kleur in het collectief. Wat we ons echter niet beseffen, is dat er wel degelijk een nieuw systeem voor in de plaats is gekomen, dat alle individuele vrijheid rigoureus ondermijnt en aan banden legt.

Het consumentisme, het markt-denken, dat ons met een voortdurend visueel spervuur bestookt met beelden van hoe we zouden moeten zijn: mooi, fit, slim, succesvol, genietend, gelukkig, meer en meer willend, onszelf ontplooiend tot mooier, fitter, slimmer en bovenal meer succesvol. Meest succesvol, wanhopig balancerend met alle ballen in de lucht, uitgeput en leeg.

Dat is geen leven. Dat is overleven. En het bizarre is dat we worden aangemoedigd authentiek te zijn, dus liggen we massaal, maar heel authentiek op de yogamat. Ook de verinnerlijking is vermarkt en is een moeten geworden. Hoe vindt de opgejaagde, opgebrande, depressieve mens (nooit genoeg, nooit genoeg!) rust? Hoe opnieuw te kiezen voor leven? Een wilsbesluit, de zintuigen gericht op het goede, het ware en het schone, ‘ja’ zeggen tegen het mysterie, het kwetsbare, het imperfecte. ‘Ja’ zeggen tegen jezelf, je gehele zelf. ‘Ja’ tegen het leven durven zeggen.

Wensen

Hoe vaak zeg ik het niet, als mij gevraagd wordt wat de kern van mijn werk is: de ander een spiegel voorhouden. Het omgekeerde is ook vaak waar. Dat de client mij een spiegel voorhoudt. En wat zie ik dan? Mijn eigen wensen. Tot groei, tot verandering, tot vernieuwing. Dat kan aan de buitenkant. Andere haarkleur, een hobby, soms is zelfs een nieuwe baan een verandering aan de buitenkant. Veranderen van binnen kan ook. Vaak gaat het dan om een andere verhouding tot de dingen, een wijziging in perspectief, een opleving in vitaliteit, een doel voor ogen krijgen. Terug krijgen wat er ooit was? Eindelijk krijgen wat er nooit was?

Lees verder

Verstillen

‘In het midden van het feest is de leegte.’ Poëzie ligt op straat. Of in dit geval, toont zich op een Rotterdamse vuilniswagen. Die zin komt binnen en in het onthouden, ben ik de bedenker ervan vergeten. De zin is niet van mij, alle lof aan de eigenaar. Voor mij raken de woorden aan iets universeels en daarom neem ik de vrijheid ze te gebruiken en mijn eigen woorden er aan toe te voegen.

Lees verder

Verbeelden

Dit weekend zag ik een film die geen speciale indruk achterliet, behalve die ene. Een jongen van een jaar of 17 wordt voor het eerst gekust. Hij is duidelijk zwaar onder de indruk van die ervaring. Wat volgt is dolkomisch. Hij beschrijft het meisje op biologisch niveau wat zij met hem doet. Weinig romantisch, maar getuigend van een diep inzicht in fysieke processen. Vervolgens rent hij met haar naar haar moeder en vraagt om haar hand. De afwijzing en de hoon die volgt laten de jongen verward achter. Vol woede richt hij zich op zijn vader (‘Captain Fantastic’) die hem een weinig gebruikelijke opvoeding heeft gegeven, volledig geïsoleerd in de bossen. “Ik weet niets, ik heb alleen maar boekenkennis, hoe moet ik nou leven?’

Lees verder

Zinderen

Een jaar lang heeft ze in de kapel gewerkt. Haar ezel onder de glas-in-lood-ramen van de eeuwenoude ruimte. Zoveel historie, de ruimte zindert. De gemeente waar ze woont en werkt heeft de kapel ter beschikking gesteld aan een aantal kunstenaars om in te werken. Onder één voorwaarde: de deur blijft open, zodat het publiek in contact kan komen met de kunstenaar en het creatieproces in levende lijve mag aanschouwen. Na een jaar was het klaar, het aanbod voor de verlenging afgeslagen.

Lees verder

Oogsten

‘In de healing tao gaan we uit van vijf seizoenen’, zegt de lerares. Een ‘extra’ seizoen tussen zomer en herfst, de nazomer. Vanuit mijn praktijkruimte kijk ik uit op een eikenboom en ik begrijp precies wat ze bedoelt. De bladeren zitten er nog aan, maar de kleur verandert, zeker in het overdadige ochtendzonlicht kleuren ze goud. Het bruin van de herfst is in aantocht, maar nog niet. Nog niet.

Lees verder

Afronden

‘Ik sta met één teen in het nieuwe, maar met mijn volle gewicht nog in het oude, zo voelt het.’ De woorden van mijn cliënt zijn heel beeldend en raken voor haar de kern van het ‘tussen twee banen zijn’. Ze stapt bij haar werkgever over van de ene naar de andere functie. Ze had mij al geschetst hoe zij dat graag wilde aanpakken: Een datum waarop het één stopt en het ander begint, een to-do-lijst waar vinkjes perfect aangeven hoe dichtbij die datum komt, een opvolger die in de laatste week voor die datum door haar ingewerkt kon worden. ‘Natuurlijk realiseer ik me dat ze dingen op haar eigen manier gaat doen’, voorspelt zij wijselijk.

Lees verder

  • 1
  • 2
  • 5

Kom in contact.