Vieren

Terwijl de aannemer mij uitlegt dat in mijn nieuwe huis echt alles kaal moet zijn voordat hij aan het werk kan, verschijnt er een regenboog aan de hemel, zo helder, dat ik mijn adem inhoud. Een dubbele regenboog zelfs. En dat terwijl ik net de gedachte toelaat dat er ook in leegte (of het nu om mijn appartement gaat of om mijn innerlijk) gradaties zijn. Nog leger? De gedachte vult mij met angst en hoop.

Drie dagen daarvoor fietste ik mee met de oudste op zijn eerste middelbare schooldag. Meefietsen in de zin van achter hem aan fietsen. Nog wel het steuntje in de rug, maar met een groot gevoel van ‘zelf doen’. Mijn hart zwol met iedere omwenteling van mijn fietswiel. Zo blij! Zo trots! Kijk hem daar gaan, met zijn etui met een vulpen erin en de tekst ‘follow your dreams’ erop. In dat geploeter voor me onder die zware rugtas fietst het leven voor me uit. ‘Why walk, when you can run’, zingt Paul Weller, als hij de levenslust van zijn zoon bejubelt.

Ik vier het leven anders dan mijn 12-jarige zoon. En anders dan toen ik zelf 12 was. Blije gebeurtenissen raken mij dieper en echoën langer na, kleven aan eerdere gebeurtenissen en raken vermengd met de realiteit van het leven. Ik gloei, waar ik vroeger een steekvlam gewaar werd.

Hoort de steekvlam bij een bepaalde levensfase? Bij een bepaalde karakterstructuur? Of is het een reflectie van een overprikkelde maatschappij? Is de uiting ervan gepast in de structuur waarin je zit, zijn er rituelen voor, een etiquette? Want ook de rauwe emotie van woede, angst, walging en verdriet komen als steekvlammen in ons op. En dan?

Is dat waarom ik zo blijf hangen aan de idee van leegte? Zou het zo kunnen zijn, dat waar je je leeg kunt maken, door meditatie, door inkeer, door ontspanning, door verwerking van pijn, door relativering, door zelfcompassie, dat je dan je steekvlammen kunt dragen? Dat het ontstekingsmechanisme minder strak staat afgesteld en de prikkels van buiten je niet zo van het pad af werpen, je lontje weer wat langer wordt? Dat het net iets gelijkmatiger gaat branden, meer een continu gloeien?

Gelukkig is groeien behalve een lineair proces, dat we meten in de tijd, waar je van de ene mijlpaal naar de andere mijlpaal gaat, tevens een circulair proces. Hoe ouder ik word hoe meer ik de onderliggende beleving bij de mijlpalen ga herkennen en hoe meer ik me dan realiseer dat ik daar al eens eerder doorheen ben gegaan. Dat geeft hechting en vertrouwen en is een probaat tegenwicht tegen levensangst, de bedrukte tweelingzus van de extraverte levenslust. Ze zijn in mij meer in harmonie inmiddels, kunnen het beter met elkaar uithouden, hoeven niet meer zo hoog en diep te pieken om mij van hun beider bestaan en belang te verzekeren. 

Het piekt niet meer zo vaak, maar het gloeit, wervelt, tuimelt en danst in mij.

Ja, trek alles maar van de muur, maak het kaal, laat het leeg zijn, zodat de volheid van het leven gevierd kan worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Kom in contact.